Inhoud

Hoofdstuk 1: Reuma-therapie

1.1 Inleiding

1.2 Wat is DMSO?

1.3 Hoe ondergaat men de DMSO-therapie?

1.4 Wie komen in aanmerking voor de DMSO-therapie?

Hoofdstuk 2: Ozon-therapie

2.1 Inleiding

2.2 Waar bestaat ozon uit en wat doet die?

2.3 Ozon als therapie

2.4 Indicaties

2.5 De toepassingswijzen

2.6 Conclusie

Tot slot

Referenties

 

Reuma-therapie

1.1 Inleiding

 

Reuma-therapie, ook wel DMSO-therapie genoemd, is, evenals de chelatie-therapie met EDTA, een behandelingsmethode d.m.v. infuzen. Ook DMSO is bij uitstek geschikt om degeneratieve lichaamsaandoeningen, bijv. van gewrichten, gepaard gaande met pijn en ontstekingsverschijnselen, te bestrijden.

 

1.2 Wat is DMSO?

 

Degeneratieve lichaamsaandoeningen worden gekenmerkt door overmatige slijtage en afbraak van lichaamsstructuren zoals vaatwanden bij aderverkalking en gewrichtskraakbeen bij reuma.

Wellicht vraagt U zich af wat DMSO voor stof is. DMSO staat voor dimethylsulfoxide en blijkt een eenvoudig klein molecuul te zijn met opvallende biologische, chemische en fysische eigenschappen. De belangrijkste eigenschap is wel de zeer goede bindingscapaciteit met bijna iedere andere stof. DMSO blijkt ook stoffen te transporteren door celwanden heen zonder deze te beschadigen. Gevolg is een verbeterde functie van de celwand en daardoor een versnelde uitstroom van schadelijke stoffen uit de cel. De cel kan hierdoor verbeteren en een bijna normale toestand bereiken.

Een andere eigenschap blijkt de specifieke gevoeligheid voor hydroxyl-radicalen. Deze z.g. vrije radicalen komen vooral voor in de gewrichten en veroorzaken daar ontstekingsverschijnselen gepaard gaande met pijn, roodheid, zwelling en afbraak van kraakbeen. Dit verklaart meteen de gunstige werking van DMSO bij gewrichtsaandoeningen.

Bij gewrichtsaandoeningen worden vaak pijnstillers voorgeschreven. Helaas blijken deze in de meeste gevallen niet te voldoen. De doseringen moeten regelmatig verhoogd worden.

Daarmee ziet men ook de bijwerkingen toenemen. DMSO daarentegen kent geen bijwerkingen, terwijl de resultaten beter zijn dan die van alle bekende middelen gebruikt bij reumatoïde artritis e.d. Het enige nadeel van de DMSO-therapie is de knoflook-bloemkoolachtige geur die door de patiënt wordt meegedragen gedurende 3 dagen na een infuus. De resultaten uiten zich in vermindering van pijn, stijfheid, zwelling en roodheid. Men krijgt meer kracht in de ledematen.

 

1.3 Hoe ondergaat men de DMSO-therapie?

 

Na een vooronderzoek komt een patiënt gedurende enkele malen per week aan een infuus te zitten. Dit duurt ongeveer drie uur per keer. Alles gebeurt pijnloos en onder toezicht van arts en assistentes. Men kan tijdens het infuus lopen, met elkaar praten, lezen enz. Naast deze infuzen krijgt de patiënt ook vitaminen, mineralen en evt. aminozuren in tabletvorm. De dagelijkse voeding wordt doorgesproken en eventueel aangepast. Het aantal infuzen kan variëren van 6 tot 25.

 

1.4 Wie komen in aanmerking voor de DMSO-therapie?

 

Zoals eerder vermeld is de therapie bijzonder geschikt voor gewrichtsaandoeningen, gekenmerkt door combinaties van klachten als pijn, zwelling en stijfheid. Door de gevoeligheid voor hydroxyl-radicalen blijkt DMSO echter ook andere degeneratieve aandoeningen gunstig te beïnvloeden, zoals kanker, zenuwaandoeningen, sclerodermie, maar ook sportletsels.

Met DMSO blijken we naast EDTA en cel-therapie zeer bruikbare wapens te hebben in de strijd tegen te snelle veroudering en degeneratie van het lichaam.

Naar inhoudsopgave

 

Ozon-therapie

2.1 Inleiding

 

Ozon associeert men meestal met luchtverontreiniging en het ozongat. Ozon is voor het milieu levensnoodzakelijk, maar heeft ook al sinds 100 jaar in de geneeskunde een belangrijke plaats verworven.

 

2.2 Waaruit bestaat ozon en wat doet het?

 

Ozon is een molecuul dat opgebouwd is uit drie zuurstofatomen (O3). De chemische eigenschappen berusten voornamelijk op het reageren met tal van andere stoffen en het desinfecteren, onschadelijk maken van bacteriën, schimmels en virussen. Biologisch gezien bevordert ozon de doorstroming van het bloed en versterkt het afweereffect.

 

2.3 Ozon als therapie

 

Ozontherapie is te beschouwen als een natuurlijke geneeswijze, aangezien er geen geneesmiddelen worden gebruikt en de therapie, mits in ervaren handen, onschadelijk is en geen bijwerkingen kent. In het verleden zijn er wel bijwerkingen vastgesteld. Deze werden echter alle veroorzaakt door een verkeerde toepassing en minder goede apparatuur.

Tegenwoordig wordt met behulp van gecomputeriseerde ozonapparaten de ozon in precieze concentraties en hoeveelheden aangemaakt.

Ozon is giftig bij inademing maar dit is nu juist de enige manier waarop ozon niet mag worden toegediend. Alle andere toedieningsvormen zijn ongevaarlijk en worden dan ook bij verschillende indicaties veilig toegepast.

 

2.4 Indicaties

 

  • Afweerversterkend en bacterie/virusdodend.

    Ozon verhoogt de natuurlijke afweer van het lichaam. De lichaamsweefsels worden geactiveerd doordat de cellen verplicht worden te ademen. De weerstand tegen indringers (infecties) stijgt hierdoor en vermoeidheid verdwijnt. Chronische infecties en chronische vermoeidheid vormen dus een goede indicatie voor ozontherapie.

    Met name bij leverziekten is de ozon zeer goed werkzaam en knappen mensen, vaak na een lange voorafgaande periode van moeheid en zich ziek voelen, meestal snel op.

    De therapie kan langdurig zijn maar de resultaten zijn enorm.

     

  • Pijnstillend.

    Bij chronische pijn, zoals bij reuma en bij zenuwaandoeningen (neuralgieën), heeft ozon een gunstige werking.

 

  • Doorbloedingsbevorderend.

    Bij doorbloedingsstoornissen van de benen (kuitkrampen tijdens het lopen en chronische zweren), hart (angina pectoris) en hersenen (duizelingen en tijdelijke uitval) vermindert ozon de klachten. Een zogenaamd open been ten gevolge van een slechte bloedafvoer en bloedtoevoer kan met succes met ozon behandeld worden. Veelal volstaat een uitwendige 'begassing' met behulp van een plastic zak.

    De aard en de vorm van een eventuele therapie hangt uiteraard af van de situatie. Dit moet dan ook altijd door een arts individueel worden bepaald.

 

2.5 De toepassingswijzen

 

De meest gebruikte wijze van toepassing is de grote-eigen-bloedbehandeling. Hierbij wordt ongeveer 75 ml bloed opgevangen in een speciale steriele en luchtledige fles. Dit bloed wordt onstolbaar gemaakt en vermengd met een grote hoeveelheid ozongas (in lage concentraties).

De ozon wordt kort voor de behandeling gemaakt door een ozonapparaat (ozonosan®). Ozon wordt gemaakt door zuivere zuurstof door een hoogspanningsveld te laten lopen. Hoe hoger de spanning des te sterker de ozonconcentratie.

Daarna druppelt dit bloed weer langzaam terug in de ader. Dit infuus wordt door de arts zelf gegeven en de hele behandeling neemt circa 30 minuten in beslag.

De behandeling is pijnloos en vrij van risico's en bijwerkingen.

Het aantal behandelingen is afhankelijk van de ernst en de aard van de ziekte. De frequentie is 1 tot 2 x per week en de duur ligt tussen de 5 en 15 behandelingen. Daarna kan een onderhoudsbehandeling noodzakelijk zijn.

Bij de 'begassing' wordt er om een ledemaat (onderbeen of arm) een plastic zak aangebracht die met een stuwband hermetisch wordt afgesloten. Daarna wordt door de Ozonosanmachine de zak luchtledig gemaakt en via een andere opening wordt er een hoge concentratie ozongas in de zak gespoten. Na circa 15 minuten wordt de ozon weer afgevoerd en onwerkzaam gemaakt.

Ook deze behandeling is pijnloos en heeft vaak een spectaculair resultaat. Met name verse brandwonden genezen sneller en met weinig littekenvorming. 'Open benen' genezen sneller en de ontsteking is vaak snel bestreden.

Bij de insufflatie (inblazing) van ozon wordt er via een speciale catheter ozongas in de darm of vagina gebracht. Indicaties hiervoor zijn prikkelbare darm, darmontstekingen (Morbus Crohn, proctitis, colitis, ulcerosa) en chronische vaginale ontstekingen.

 

2.6 Conclusie

 

Ozon is een werkzaam, ongevaarlijk, natuurlijk middel waarmee, mits juist toegepast, uitstekende resultaten te behalen zijn.

Naar inhoudsopgave

Tot slot

 

Het was onze bedoeling in deze brochure een duidelijk

beeld te schetsen van wat de diverse therapieën inhouden en bij welke ziektebeelden men het gebruik ervan zou kunnen

overwegen.

Wij hebben ons best gedaan vergelijkingen te trekken met alledaagse voorvallen en verschijnselen, in de hoop dat de lezer op die manier de ideeën en de uitgangspunten van deze therapieën het best zou kunnen begrijpen. Medisch geschoolde lezers kunnen dieper op de verschillende onderwerpen ingaan door o.a. de in de referentielijst genoemde boeken te bestuderen. Zij zullen er begrip voor hebben dat in dit boekje, dat voor de potentiële patiënt bedoeld is als een eerste kennismaking met de diverse mogelijkheden, niet alle informatie gegeven kan worden. Informatie en begrip vormen de enige rechtvaardige basis voor een verantwoorde keuze van welke medische behandeling dan ook.

Wij hopen dat de lezers van deze brochure in groten getale de moed zullen opbrengen gebruik te maken van het recht dat zij hebben om gekend te worden en een stem te hebben in beslissingen over hun leven en hun gezondheid. Wij hopen dat zij hun artsen net zo lang zullen achtervolgen met vragen, tot die artsen zich uit belangstelling, nieuwsgierigheid, irritatie of wanhoop op de hoogte gaan stellen van de diverse therapeutische mogelijkheden.

De chelatie-therapie is niet meer weg te denken. Misschien komt er ooit een tijd dat wij ons leven en onze gezondheidszorg zodanig kunnen inrichten, dat zelfs de chelatie-therapie niet of nauwelijks meer nodig zal zijn. Tot die tijd zal chelatie, evenals de overige therapieën, een belangrijke rol blijven spelen. Net zoals de chelatie-therapie voor de meeste mensen het moment van een operatie kan uitstellen of voorkomen, kunnen een verstandige leefwijze en een goede gezondheidszorg een mogelijke chelatie-therapie uitstellen of voorkomen. Welke arts zou het niet toejuichen als hij, zijn familie en zijn medemensen hun leven lang niet meer bang hoefden te zijn voor een beroerte, een hartaanval of gangreen als gevolg van een vergevorderde atherosclerose, omdat ze vrijwel niet meer voorkwamen?

'Het is het doel van de geneeskunde dat ziekte wordt voorkomen en het leven wordt verlengd. Het is het ideaal van de geneeskunde dat de arts overbodig zal zijn', zegt William J. Mayo, M.D., oprichter van de Mayokliniek in Rochester, Minnesota.

Naar inhoudsopgave

 

Referenties

 

1. Bruce W. Halstead, M.D.: The Scientific Basis of EDTA Chelation Therapy, Golden Quill Publisheer, Inc. 1979 (contains 157 additional references).

2. Marvin J. Seven, M.D. and L. Audrey Johnson, M.D.: Metal Binding in Medicine, J.P. Lippincott, Phila., 1960 (Contains 830 additional references).

3. Harold Harper, M.D. and Garry F. Gordon, M.D.: Reprints of Medical Literature on Chelation Therapy (Contains 77 additional references).

4. Garry F. Gordon, M.D. and Robert B. Vance, D.O.: EDTA Chelation Therapy for Ateresclerosis, Historiy and Mechanism of Action, Osteopathic Annals Reprint, Insigt Publishing Co., Incl., Feb., 1976.

5. James J. Julian, M.D.: Importance of Chelation in Nutrition, Twin Circle National Weekly Magazine, July 9, 1978

6. James J. Julian, M.D.: Chelation as Therapy, Twin Circle National Weekly Magazine, July 16, 1978.

7. James J. Julian, M.D.: Chelation Therapy Promises Relief, Twin Circle National Weekly Magazine, July 23 1978.

8. O. Brucknerova and J. Talucek: Chelates in the Treatment of Occlusive Atheresclerosis, Unit Lek, 18:729, 1972 (abstract).

9. H. Spencer: Studies on the Effects of Chelating Agents in Man, Ann. N.Y. Acad. Sci. 88:435, 1960.

10. N.E. Clarke and R.E. Mosher: Treatment of Angina Pectoris with Disodium Ethylene Diaminetetraacetic Acid, A.M.J.M. SC., 232:654-666, 1956.

11. Robert W. Wissler, Ph.D, M.D. and Dagoslava Vesselinovitsch, D.V.M.: Regression of Atheresclerosis in Experimental Animals and Man, Modern Concepts of Cardiovascular Disease, Vol. XLVI.

12. John J. Miller, Ph.D.: Chelation, A new Approach to the Practice of Medicine, Journal of Applied Nutrition, Vol. 15, No.'s 384, 1962.

13. Morton Walker, D.P.M.: Chelation Therapy - How to prevent or Reverse Hardening of the Arteries, '76 Press, June 1980.

14. J.R. Kitchell, F. Palmon, Jr., N. Aytan and L.E.Weltzer: The Treatment of Coronary Artery Disease with disodium EDTA, A Reappraisal, Am. J. Cardiology, 11:501-506, 1963.

15. Carlos P. LaMar: Calciam Chelation of Atheresclerosis - Nine Years' Clinical Experience, Fourteenth Annual Meeting of AM. College of Angiology, 1968.

16. Carlos P. LaMar, M.D., F.I.C.A.: Chelation Therapy of Occlusive Atheresclerosis in Diabetic Patients. Journal of Angiology, Vol. 13, No. 9, Sept 1964.

17. A. Soffer: Chelation Therapy for Atheresclerosis, JAMA, Vol. 223 No. 11:9-15-75.

18. Craven and Morelli: Chelation Therapy, Western Journal of Medicine, 122:277-278, March, 1975.

19. American J. of Lab. and Clinical Medicine: Regarding E.D.T.A., April 1930.

20. H. Spencer, V. Vankinscott, et al.: Removal of Calcium in Man by EDTA, J. of Clin. Investigations, 31:1023-1027, 1952.

21. David Cooper: Early Detection of Atheresclerosis by External Pulse Recording, JAMA, Vol. 199 No. 7, p. 449, Feb. 13, 1967.

22. Stefan A. Carter, M.D.: Indirect Systolic Pressure in Pulse Waves in Arterial Occlusive Dissease in Lower Extremities, Circulations Vol. 37, p. 624, April 1968.

23. Richard Passwater, Ph.D.: Supernutrition for Healthy Hearts.

24. U.S. Dept. of Health and Human Servicesw: Health Care Financing, Adm. Surgery, Pamphlet HCFA-02114.

25. G.F. Gordon, M.D.: Lead Toxity, American Academy of Medical Preventics.

26. W. Friedel, F.H. Schulz, L. Schröder: Therapy of atheresclerosis through Mucopolysaccharides and EDTA, Deutsch. Gesundh. - Vol. 20,1965.

27. G.F. Gordon, M.D.: New Dimensions in Calcium Metabolism, Ostheopathic Annals, Spring 1983.

28. E.K. Nikitina and M.A. Abramova: Treatment of Atheresclerosis patients with Trilone-B, Moscow 1972.

29. P. Haris and L.K. Opic: Calcium and the Heart, Academic Press 1971.

30. E.M. Cranton and A. Becher: Bypassing bypass, Stein and Day, New York 1984.

31. Prof. Dr. J.G. Defares, Chelatie-therapie, Strengholt 1985.

32. Prof. Dr. J.G. Defares, 120 Jaar jong, Strengholt 1987.

33. Prof. Dr. J.G. Defares, De celtherapie, Strengholt 1973.

34. Prof. F. Schmidt, Zelltherapie, Gott Verlag 1981.

35. S. Rilling/R. Viebahn, The use of ozone in medicine, Haug publisher isbn 3-7760-0956-x

Naar inhoudsopgave